je liet aan de wegen van verlokking
de vrijheid van het verdwalen

gelouterd door de tijd van de vernietiging
pleegde je hunkerend de eenzaamheid

met je hoofd in de wolken
van het dampende niets

stak de wateren in brand
omdat het de toeter tijd toeter was

-’t is maar net waarop je lopen wil
dichtbij de volstrekte stilstand en verdoving

de tergende vergetelheid ingetrokken
die je schrijven zou in de vlammen